Scoliose en Scheuermann

Scoliose en Scheuermann zijn beide afwijkingen in de wervels van de wervelkolom. Wel hebben ze ieder hun eigen beeld en bijbehorende klachten.

 

Scoliose is een verkromming van de wervelkolom waarbij de rug zowel opzij buigt als een draaiing maakt. Het meest kenmerkende is dat de ribben aan een zijde van de rug naar achteren komen waardoor een soort bochel zichtbaar wordt (gibbus). Dit is zeker niet bij iedereen even zichtbaar.
Bij een scoliose gaat er in de groei van de wervel iets mis waardoor deze veranderd van vorm. Deze verandering zorgt er dan voor dat de andere wervels ook van stand moeten veranderen om toch gewoon rechtop te kunnen staan. Dit lost de rug op door dan naar de zijkant en in een draaiing het probleem ‘op te lossen’.
De meeste scolioses ontstaan in de tienertijd tijdens de lengtegroei, maar het komt ook voor bij jonge kinderen. De meeste tieners hebben helemaal geen pijn. De scoliose wordt doorgaans ontdekt door de ouders of de schoolarts.
Tijdens de behandeling is het belangrijk om te weten dat we de bocht niet weg kunnen oefenen. Het doel van therapie is bewuster om te gaan met de houding en manier van bewegen. Er wordt veel aandacht besteed aan het leren herkennen van scoliosepatronen. Hiermee bedoel ik dat het lichaam het makkelijkst beweegt in de bocht/stand van de scoliose. Als we alleen maar in dat patroon bewegen kan de scoliose erger worden of klachten gaan geven. Tijdens de behandeling worden er dan ook oefeningen gedaan waarbij de wervelkolom wordt uitgedaagd in andere patronen te bewegen. Hiermee wordt de rug soepeler en sterker.
Dit patroon is per persoon verschillend en moet eerst goed onderzocht worden bij aanvang van de therapie. Om deze patronen goed te leren zien is een specialisatie nodig van de therapeut.

Scheuermann is makkelijk gezegd een hyperkromming van een paar wervels. Deze kan zowel in de onderrug zitten als in de middenrug, waar de rug eigenlijk juist recht zou moeten zijn of in een lichte holling zou moeten staan.
Bij Scheuermann gaat er net als bij scoliose iets mis in de groei van een paar wervels, meestal twee of drie opeenvolgende wervels. De groeischijf aan de binnenkant groeit niet of minder hard ten opzichte van de buitenkant, waardoor ze wigvormig worden. hierdoor ontstaat dan op die plek een scherpe kromming in de rug. Ook hierbij ontstaat er altijd een kleine draaiing, net als bij scoliose. Deze aandoening ontstaat eigenlijk altijd in de tienertijd. Kenmerkende klachten zijn pijn in de rug vaak rond het niveau van de aangedane wervels en vermoeidheid in de rug.
Tijdens de behandeling is het belangrijk om heel veel in de strekking te oefenen, zodat de rug niet verleerd om te kunnen doorstrekken. Ook hier is het belangrijk om te beseffen dat we de wervels niet recht kunnen oefenen, maar dat we heel veel kunnen doen door goed op de houding te letten en niet in de kromming te gaan hangen door ingezakt te zitten of te staan.
Doordat er ook bij Scheuermann sprake is van een voorkeurspatroon van de wervelkolom, is het belangrijk dat de therapeut gespecialiseerd is in het herkennen van deze patronen.

 

Ik heb meerdere scholingscursussen gevolgd voor scoliosebehandeling en –onderzoek, specifiek op het gebied van behandeling van de wervelkolom in driedimensionaal aspect.